Japan is back in business, mocht u al ooit enige twijfel hebben gehad. Het is een prachtige zakelijke bestemming.  Het heeft meer Michelinrestaurants dan Parijs, de hotels staan (letterlijk) op zeldzame hoogte en het cultureel aanbod geeft meerwaarde aan zakenreis en vrije tijd.  We gingen kijken…

De reis leest een haiku. Tokyo. Kyoto, Nara. Tokyo. Of Nippon. Voor velen een bucketlistbestemming. Iedereen die ik vooraf spreek is jaloers, en dit keer niet uit beleefdheid. Maar niemand die me wat kan vertellen. Ik weet, los van wat clichés, niet wat ik moet verwachten. Ik lees alles wat er te lezen valt. Lonely Planet, Frommers, Rough Guide. De hoofdstukken duizelen als een Russische roman waarin je wordt overstelpt met namen met teveel lettergrepen om te onthouden. Shinjuku, Tsukiji, Roppongi, Shibuya.  De menukaart doet er niet voor onder: Okonomiyaki, Tonkatsu. Shabu Shabu. Ik lees wat het is, en probeer me smaken voor te stellen. Ondertussen download ik films en series die in dit enigmatische land afspelen. Van Bill Murray leer ik het mooiste uitzicht van Tokyo in het fenomenale Park Hyatt Hotel, van Anthony Bourdain enkele beginselen van de Japanse keuken. En verwar ook deze Aziatiasche keuken niet wat bij de uw lokale sushirolband of teppanyaki krijgt. Na weken van Japanse anime, literatuur, manga, reisgidsen, websites, blogs en zelfs muziek, ben ik klaar voor. Denk ik.

Als de prachtige A380 van Lufthansa vanuit Frankfurt op Narita neerstrijkt bevind je je in een heerlijke andere wereld. Qua vervoer is de Japan Railpass een uitstekende aankoop als je met een groep buiten Tokyo wilt reizen. Je kunt deze alleen buiten Japan kopen maar voor rond de 250 euro, maar dan kun je een week vrij reizen, inclusief heel veel shinkansens, de beroemde hogesnelheidstrein. Lijkt een flink bedrag, maar dat haal je er snel uit. Ook op de belangrijkste metro/treinlijn (Yamanote) van Tokyo kun je er terecht en dat zal vaak en veelvuldig gebeuren. De metro van Tokyo is een bezienswaardigheid op zich, met de precisie van een Zwitsers uurwerk. De spits is druk, maar de Japanners zijn te beleefd om het echt stressvol te maken. De wijken in Tokyo zijn dusdanig verspreid dat veelvuldig metrogebruik dagelijkse kost wordt.  Wie een zakelijke afspraak heeft, doet er ook goed aan gewoon de metro te pakken, taxi’s zijn relatief duur (hoewel ik de meter in Amsterdam sneller vond doortikken).

De wijken ja. Elke wijk is een stad op zich bijna. Je reist tussen de wijken door tijd en trend heen. Wat normaal is in de een, is not done in de ander.  De meest clichématige Japanner – uitermate keurig en wat conservatief gekleed met camera en dure Chanel of Gucci tas – vinden we in Ginza. Dit is de wijk van de dure modelabels met imposante door toparchitecten ontworpen flagshipstores. Een wereld van Audemars Piguet in plaats van Casio, en los van enige verwondering, in zekere zin inwisselbaar. Of niet? Daar aan de rand van Ginza vinden we het rokerig klinkende Yakatori Alley, een onkruid overblijfsel van vroeger, nog niet verworden tot winkel met deurman. Onder de rails vind ik hier kleine betaalbare eetttentjes met de beroemde yakitori, de kipspiesjes, met soja of met zout, weg te spoelen met bier of sake. Het is domein van de hardwerkende Japanner, die na het bestaan van het naar verluidt zeer strakke keurslijf van corporate Japan ook graag even zijn sores vergeet of de bloemetjes buiten zet.   Japanners werken keihard, wonen piepklein, hebben nauwelijks vakantie, blijven immer vriendelijk en klagen weinig naar ’t zo schijnt. De yakitori smaken fantastisch, en net als de andere soorten izekaya, de simpele Japanse eetcafeetjes zo u wil, de ideale plek voor culinaire genoegens en betaalbare drank. Het zijn ook bij uitstek de plekken waar u informeel met de Japanse zakengenoten kunt drinken of een hapje eten. En eigenlijk ook de leukste, het geeft een prachtige blik op de Japanse samenleving.

Maar vergis u niet, het hoeft niet per se rokerig en lowkey. Tokyo is namelijk de culinaire hoofdstad van de wereld – het heeft meer Michelin sterrenrestaurants dan New York en zelfs Parijs! Top of the line is een Kaiseki diner, dat bestaat uit vele gangen, met precisie en artistiek gemaakt door de allerbeste Japanse chefs. Een kostbaar maar indrukwekkend geheel. Maar elke zichzelf respecterende wereldberoemde chef heeft er een restaurant, van Gordon Ramsey in het excellente Conrad Tokyo tot Joel Robuchon. Enkele namen om te onthouden zijn Sabatini, Hinokizaki, Kamon, L’osier en Sushiko. Leuk en minder high brow is Gonpachi, een grote traditioneel ogende eetpaleis waar je lekker aan de spiesjes kunt met het nodige bier of sake. Het eethuis heeft Quentin Tarantino geïnspireerd als locatie voor zijn meesterwerk Kill Bill (de eerste van de twee). Zeer bijzonder is ook China Blue, meer Aziatisch georiënteerd dan puur Japans, waar je werkelijk de hele Aziatische regio op een door Michelin met een ster gewaardeerde fenomenale manier op je bord ziet verschijnen.   De wijnkaart wordt in de meeste Japanse hotels overigens gevuld met vooral prachtige Australische en Amerikaanse wijnen. Een aanrader op grote hoogte in het Conrad.. Een klassieker is tevens de Park Hyatt Grill (zie kader), geliefd bij vele buitenlandse zakenmensen en expats. Een ideale plek voor een goed glas Japanse whisky (dat in de mondiale top bivakkeert en vaak genoeg door experts wordt geplaatst naast hun Schotse single malt broeders).

Maar toch, als u even tijd hebt, laat u verwennen door heet gegrilde spiesjes onder zwartgeblakerde treinrails, de ramen-noodlesoepen in zijstraatjes, verse sushi van de vismarkt of een net gebakken rijstwafel met zeven verschillende kruiden.  En wat zou het, er is ook McDonalds, de enige Westerse culturele ambassade die je echt in overvloed ziet. Ga hier echter niet interessant lokaal doen, de McTeriyaki is een treurige burger.

Vintage en neon

Je kunt het zo simpel maken als je zelf wil in Tokyo wat de wijken betreft.  Voor de vrije tijd is Harajuku leuk, de hippe wijk, vol met vintagekleding, leuke eettentjes. Hier lopen bont uitgedoste mangameisjes rond, een soort überkleurijke Goth.  Shinjuku is weer een andere wereld. Genoeg zakelijke activiteit en het drukste metrostation ter wereld, een keur aan hotels. Dit is het domein met metershoge neon. Met voor de latere uren een alles overdonderend nachtleven, met karaoke, jazzbars, dure lounges, pubs, foute buurten en drukke straten.  Must see is Golden Gai, een kleine wijk met piepkleine barretjes, vaak niet groter dan een kinderkamer. Sommige zijn hartelijk voor buitenlanders, anderen zijn meer gesloten. Het is een fantastische avond uit, een herinnering aan het gesloten Japan van voor de jaren zestig.

Rijk aan tempels

De culturele hoogtepunten mag u natuurlijk niet laten liggen. Heeft u een groep, dan zijn ze verplicht. Reist u alleen, verleng een dag om ze te zien!  Ik bezoek de Meji-jingu, een indrukwekkende Shinto Schrijn, dat met Boeddhisme de overtuiging die op voornaamste aanhang mag rekenen. Je wast je handen, je doet een donatie en je zoekt je zelf, in gebed of wens.  Het ligt in de wijk Asakusa, dat nog zwaar leent op het rijke verleden en aan hoogbouw en neon is ontsnapt. Of ontsnapt? Hier vind je de Tokyo Sky Tree, een net geopend megalomaan geval van 634 meter hoogte dat inmiddels in Dubai alweer is overtroffen. Maar de historische wijk kan het hebben. De tempel Senso-ji is misschien nog mooier. Hier kun je houten bordjes beschrijven met je wens. Veel inwoners maken van de mogelijkheid gebruik en ik moet lachen om het bordje van het meisje dat niet om the usual suspects als liefde, gezondheid of geluk vraagt maar om de laatste Madonna CD.  Maar de aanwezigheid van de vele tempels en schrijnen in de stad, geeft de metropool haar rust. Ondanks alle gekte en drukte, voelt het bijna nergens gehaast. Shinjuku heeft het drukste metrostation ter wereld en in de (zaken)wijk Shibuyu vind je het beroemde kolkende kruispunt met duizenden lopers per stoplichtswitch. En toch voelt het nergens alsof de strijkbout thuis misschien nog aan staat. Een zengevoel maakt zich welkom van me meester.

Electronicawijk

De hoogtepunten stapelen zich op: de laatste gadgets op electronicagebied bekijken in Akihabara (waar je ook nog heel ouderwets maar o zo leuk volop videospelletjes kan spelen in talloze arcades), de bijna dwaze moderne kunst in het Mori Art museum in het leuke Roppongi, waar je ook eethuis Gonpachi vindt. Een boottochtje over de Sumida rivier is een leuke manier om naar Asakusa te gaan. De wijk Uneo beschikt over een mooi stadspark, met het Tokyo National Museum, tempels en eettentjes.

Lost in Kyoto

Wie op zakelijke trip gaat, moet – als het even kan – ook zeker even metropool Tokyo uit.  Tijd voor de bullettrain! Als ik eenmaal Mount Fuji vanuit de Shinkansen zie, ben ik intens gelukkig. Ik ben comfortabel, en zeer stipt, op weg naar Kyoto, de oude keizerlijke stad, en lang hoofdstad van het land. Hier vind je de mooiste tempels en schrijnen, en het oude Japan, van de Geishas die er nog steeds te zien zijn. Het tempo ligt er een stuk lager dan in Tokyo. Kyoto mag op geen enkele reis naar Japan ontbreken, zelfs al is het maar voor een nacht.  Een keur aan tempels en schrijnen verleidt elke bezoeker. In de avond bezoek ik het Gion district. Dit is de wijk van de fameuze Geisha, en eerlijk gezegd verwacht je dan een toeristische versie van iets wat allang niet meer authentiek is. Fout. Geheel verborgen, achter eethuisjes met luiken om buitenlanders, of nee, buitenstaanders, weg te houden, vind je de mannen met macht en de geishas die ze beleefd moeten vermaken. Wie lang genoeg rondloopt zie ze voorzichtig dartelen door de straten, een kleurrijk traditioneel anachronisme.

Fietsen op de stoep

De volgende dag doe ik iets geks. Ik ga fietsen. Nooit ergens een probleem geweest, als Hollander kunnen we dat ook gewoon. Ook ideaal met groepen. Denk je. De route gaat naat het Kinkaku-ji  met het Gouden Paviljoen en de beroemdste Zen tuin van Japan: Ryoan-Ji.  Nu is er een klein verkeersregeltje wat anders is in Japan: fietsen doe je op de stoep! In twee keer meer tijd dan ingeschat, met een paar niet zozeer dodelijke maar dan toch wel ietwat minder vriendelijke dan normaal blikken, en drie keer fout rijden (o ja, in planeet Japan is het niet per se het geval dat een wegenkaart op straat het noorden bovenaan heeft) bereik ik mijn doel. De imposante gouden tempel doet zijn eer aan. Maar de zentuin raakt me meer. Het bestaat al sinds de 15e eeuw, het stelt op zich niet veel voor, maar de geharkte steentjes en de 15 grote rotsen missen hun uitwerking niet.  De gedachte van deze 340 vierkante meter tellende tuin: uit geen enkele positie zijn alle vijftien rotsen tegelijkertijd te zien.  Kun je je druk over maken, of het zo nemen als het is. Zennnn.

Nara overtuigt

Een dag later reis ik door naar Nara, een cultureel mini Kyoto en ooit ook kort keizerlijke hoofdstad. Een mooie treinrit van een uur vanaf Kyoto en je bent in een stad waar je al snel verliefd  op wordt. Een compact centrum, een leuke markt, fijne eettentjes. Wat mij betreft ideaal, ook voor mice-reizen. Hoogtepunt is de het enorme Boeddhabeeld bij de houten Todai-ji Tempel, daterend uit de 8e eeuw. Het imposante beeld is met 15 meter de hoogste inpandige Buddha ter wereld. Maar het is het geheel dat het onvergetelijk maakt. De tempel is gelegen in Nara Park, waar letterlijk honderden hertjes vrij rond lopen. Niemand is ze tot last, het zijn de boodschappers van God, zo heet het. Of tot last? De lieftallige hertjes vormen uitermate schattige foto-materiaal. Cute! Nee, Kawaiiii.